Der Prozess – Franz Kafka

Hieronder ziet u wat er gebeurt als u een tekst door een machine laat vertalen. Vergelijk het eens met de literaire vertaling van Vertaalbureau DE-Text.NL helemaal onderaan.

Der Prozess – originele versie

prozessJemand mußte Josef K. verleumdet haben, denn ohne daß er etwas Böses getan hätte, wurde er eines Morgens verhaftet. Die Köchin der Frau Grubach, seiner Zimmervermieterin, die ihm jeden Tag gegen acht Uhr früh das Frühstück brachte, kam diesmal nicht. Das war noch niemals geschehen. K. wartete noch ein Weilchen, sah von seinem Kopfkissen aus die alte Frau, die ihm gegenüber wohnte und die ihn mit einer an ihr ganz ungewöhnlichen Neugierde beobachtete, dann aber, gleichzeitig befremdet und hungrig, läutete er. Sofort klopfte es und ein Mann, den er in dieser Wohnung noch niemals gesehen hatte, trat ein. Er war schlank und doch fest gebaut, er trug ein anliegendes schwarzes Kleid, das, ähnlich den Reiseanzügen, mit verschiedenen Falten, Taschen, Schnallen, Knöpfen und einem Gürtel versehen war und infolgedessen, ohne daß man sich darüber klar wurde, wozu es dienen sollte, besonders praktisch erschien. »Wer sind Sie?« fragte K. und saß gleich halb aufrecht im Bett. Der Mann aber ging über die Frage hinweg, als müsse man seine Erscheinung hinnehmen, und sagte bloß seinerseits: »Sie haben geläutet?« »Anna soll mir das Frühstück bringen«, sagte K. und versuchte, zunächst stillschweigend, durch Aufmerksamkeit und Überlegung festzustellen, wer der Mann eigentlich war. Aber dieser setzte sich nicht allzulange seinen Blicken aus, sondern wandte sich zur Tür, die er ein wenig öffnete, um jemandem, der offenbar knapp hinter der Tür stand, zu sagen: »Er will, daß Anna ihm das Frühstück bringt.« Ein kleines Gelächter im Nebenzimmer folgte, es war nach dem Klang nicht sicher, ob nicht mehrere Personen daran beteiligt waren.

(Uit Der Prozess van Franz Kafka, copyright 1925 Verlag Die Schmiede – Berlin)

Werkwijze (Titel en tekst volgens Google Translate)

Iemand had Josef K. belasterd hebben, want zonder het feit dat hij iets verkeerds gedaan werd hij op een ochtend gearresteerd. De kok van de vrouw Grubach, zijn hospita die hem vroeg elke dag bracht om acht uur het ontbijt, had deze keer niet komen. Dat was nog nooit eerder gebeurd. K. wachtte een tijdje, keek van zijn kussen van de oude vrouw, die tegenover hem woonde en keek hem met een vrij ongebruikelijk voor haar nieuwsgierigheid, maar dan tegelijk vreemd en hongerig, belde hij. Onmiddellijk was er een klop en een man die hij nooit in dit appartement had gezien aangegaan ,. Hij slank postuur en toch stevig droeg hij een passende zwarte kleding, vergelijkbaar met de reis pakken, uitgerust met verschillende plooien, zakken, gespen, knopen en een riem, en bijgevolg zonder dat zij besefte wat het was bedoeld , vooral handig verscheen. “Wie ben jij?” Vroeg K., zitten half rechtop in bed gelijk. De man ging over de kwestie van tijd, als men zijn verschijning moeten accepteren, en alleen haar kant, zei: “Je klonk” “Anna mij ontbijt te brengen”, zei K. probeerde aanvankelijk impliciet, te bepalen door de aandacht en aandacht wie de man was. Maar dit niet al te lang zijn ogen zitten, maar draaide zich om naar de deur, die hij een beetje naar iemand die blijkbaar was net achter de deur, om te zeggen geopend. “Hij wil dat Anna hem zijn ontbijt, brengen” A little gelach in de volgende kamer volgde, het was na het geluid zeker weet of niet meerdere personen bij betrokken waren.

Het Proces (vertaling door Johan van Heukelom)

Iemand moest Joseph K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads had gedaan, werd hij op een zekere morgen gearresteerd. De kokkin van mevrouw Grubach, zijn hospita die hem elke dag tegen acht uur ’s morgens het ontbijt bracht, kwam deze keer niet. Dat was nog nooit gebeurd. K. wachtte nog een poosje, zag vanuit zijn hoofdkussen de oude vrouw die tegenover hem woonde en die hem met een voor haar doen zeer ongebruikelijke nieuwsgierigheid observeerde, maar daarna, bevreemd en hongerig tegelijk, rinkelde hij met zijn belletje. Meteen werd er geklopt en een man die hij nog nooit in deze woning had gezien, stapte binnen. Hij was slank en toch stevig gebouwd, droeg een nauwsluitend zwart uniform dat net als een reiskostuum voorzien was van verscheidene plooien, zakken, gespen, knopen en een riem, hetgeen hem daarom, zonder dat duidelijk werd waarvoor het moest dienen, bijzonder praktisch toescheen. “Wie bent u?” vroeg K. en zat meteen half overeind in bed. Maar de man deed of hij de vraag niet hoorde, alsof men zijn verschijning maar voor lief moest nemen en zei op zijn beurt enkel: “U hebt gebeld?” “Anna moet het ontbijt brengen”, zei K. en probeerde aanvankelijk stilzwijgend door oplettendheid en overdenking vast te stellen wie de man eigenlijk was. Deze onderwierp zich echter niet al te lang aan zijn blikken maar wendde zich naar de deur die hij een stukje opendeed om iemand, die klaarblijkelijk vlak achter de deur stond, te zeggen: “Hij wil dat Anna hem het ontbijt brengt.” Hierop volgde een kort gelach in de kamer ernaast; het was qua klank niet duidelijk of er meerdere personen aan meededen.